Training

Training= het systematisch toedienen van trainingsprikkels met prestatieverbetering als doelstelling. De trainingsprikkels kunnen bestaan uit diverse variabelen:  Intensiteit, Frequentie, Duur en Omvang. Maar ook de Type Training en Rust zijn van belang.

 

In de Trainingsleer zijn de volgende principes (trainingswetten) van toepassing:

 

1) Overload; om een fysiologische verandering teweeg te brengen moet de belasting zwaarder/heviger zijn dan het lichaam gewend is (lees; dan de vorige keer). Deze zwaardere belasting zorgt ervoor dat cellen & weefsels aanpassen en zodoende de belastbaarheid verhoogd wordt.

 

2) Supercompensatie; is eigenlijk het 'timen' van de opeenvolgende trainingsprikkels zodat er een stijging in het prestatievermogen optreedt. Samen met een afbeelding is het makkelijker uit te leggen:

Door vermoeidheid, uitputting van energievoorraden en schade aan spier- en bindweefsels daalt het prestatievermogen tijdens en (vlak) na de training [fase 1]. Vervolgens begint het lichaam te herstellen; energievoorraden worden hersteld (daarin is ook een rol voor voeding weggelegd) en beschadigingen aan spier- en bindweefsels worden hersteld [fase 2]. Daarna gebeurt er iets magisch; als de trainingsprikkel genoeg overload bevat en het lichaam voldoende hersteltijd krijgt, dan treedt de fase van Supercompensatie op. Hierin stijgt het prestatieniveau boven het beginpunt van de vorige trainingsprikkel uit [fase 3]. Dit is de fase waarin je de volgende trainingsprikkel wilt ondergaan (komt in de volgende afbeelding aan bod). Wacht je te lang met de volgende trainingsprikkel dan zal het lichaam weer terugkeren tot het beginniveau van de vorige training; daling van het prestatievermogen tot beginniveau [fase 4].

In deze afbeelding wordt weergegeven dat de Fysieke staat (= prestatievermogen) stijgt wanneer de opvolgende trainingsprikkels op het juiste moment - Fase 3; tijdens de Supercompensatie - worden ondergaan (zwarte lijn). Wordt er te weinig rust genomen dan pleeg je roofbouw op je lichaam en treedt de rode lijn in werking. Volgens de trainingsprikkels elkaar te laat op, dan wordt de 0-lijn aangehouden.

Er is geen 'Gouden Regel' voor Supercompensatie, maar algemeen wordt aangenomen dat een herstelfase van 48-72 uur voldoende is om in de fase van Supercompensatie te geraken.

 

3) Specificiteit; je wordt beter in de oefeningen/activiteiten die je traint. Hoe gerichter

(= specifieker) je traint, hoe groter de kans op het gewenste trainingseffect. Er worden 4 facetten onderscheiden onder specificiteit;

- Specificiteit van Activiteiten

- Specificiteit van Gebruikte Spieren

- Specificiteit van Energiesystemen

- Specificiteit van Coördinatiepatronen

 

4) Reversibiliteit; bereikt trainingseffect is omkeerbaar en zal dus verdwijnen wanneer als training niet wordt onderhouden. Het lichaam zal zich nl. ook aanpassen aan inactiviteit. Dus om achteruitgang te voorkomen zal je lichamelijke inspanning moeten blijven leveren. 

 

5) Verminderde Meeropbrengst; houdt in dat er een steeds grotere trainingsprikkel nodig is om een steeds kleinere progressie te boeken in het prestatievermogen. Immers, als het goed is, stijgt je belastbaarheid in een trainingsperiode en is er dus een steeds grotere prikkel nodig om progressie te boeken (zie Overload), echter de progressie die geboekt wordt zal minder zijn. De volgende afbeelding geeft het makkelijk weer;